Sachalin door de ogen van Tsjechov

Tsjechov – homo sachaliensis

In het voorjaar van 1890 reisde Anton Tsjechov (1860-1904) van Moskou naar Sachalin, een eiland aan de oostkust van Rusland. Sachalin werd toen gebruikt als strafkolonie voor zware criminelen. Hij was van plan om daar drie in maanden tijd een volkstelling te maken van de 10.000 onvrijwillige bewoners.

Maar als niemand vrijwillig naar Sachalin ging, waarom wilde Tsjechov, die toen al wist dat hij tuberculose had, er dan per se heen? Tsjechov was altijd al gefascineerd door de verhalen van ontdekkingsreizigers. In 1888 was de Russische ontdekkingsreiziger Nikolaj Przjevalski (die van het paard) overleden, en hij wilde heel graag iets soortgelijks doen. Als dokter leek Sachalin hem de ideale plek voor een humanitair onderzoek. Bovendien zou het hem de gelegenheid geven om met criminelen te praten, en dat kon hem van pas komen bij het schrijven.

Ook in 1890 stonden de autoriteiten niet te popelen om een buitenstaander een kijkje in de keuken te geven. Tsjechov kreeg weliswaar toestemming, maar er werden direct waarschuwingstelegrammen naar Sachalin gestuurd. En zo werd Tsjechov werd de eerste Russische schrijver die vrijwillig naar een strafkolonie ging.

De Trans-Siberische spoorlijn was nog niet aangelegd. De rails eindigden in Tjoemen. Tsjechov wilde oorspronkelijk per boot over de rivier verder reizen, maar de rivier was nog bevroren. Noodgedwongen zette hij zijn reis voort per rijtuig over een lange, slechte weg voort. Na elf weken kwam reizen bereikte hij eindelijk Sachalin.

Sachalin was zo onherbergzaam en onaangenaam dat niemand er langer bleef dan strikt noodzakelijk (afgezien van de oorspronkelijke bewoners, de Giljaken en de Aino). Het grootste deel van het jaar vriest het er, en in de korte zomer is het vrijwel onmogelijk iets te verbouwen. Scholen waren er wel, maar het lesgeven werd overgelaten aan ex-gevangenen, die daar niet voor waren opgeleid. In de ziekenhuizen ontbrak het aan de meest elementaire instrumenten. Aan de ene kant werd in de gevangenissen volop gegokt door zowel de gevangen als de bewakers, en aan de andere kant werd voor het kleinste vergrijp een lijfstraf opgelegd. Wat mij vooral verbaasde in Tsjechov’s verslag, was het grote aantal echtgenotes, dat blijkbaar vrijwillig hun veroordeelde echtgenoten volgde naar Sachalin. Een groot deel van de vrouwen op Sachalin moest zich prostitueren om te overleven, of ze daar nou als veroordeelde of als echtgenote waren gekomen. 

Het verslag dat Tsjechov schreef over zijn ervaringen op Sachalin zou van enorme maatschappelijke invloed zijn. Het idealistische doel van de strafkolonie was dat de veroordeelden er beter uit zouden komen. Maar de feitelijke en onopgesmukte ooggetuigenis van wat er werkelijk gebeurde in en om de gevangenissen op Sachalin opende de ogen van de bevolking, en zorgde er bovendien voor dat diverse maatregelen werden doorgevoerd, die de levensomstandigheden van de gevangenen en verbannelingen zouden verbeteren. Desalniettemin kun je je afvragen of Navalny 130 jaar later niet toch een soortgelijk lot te wachten staat. 

Ondanks de helse reis naar Sachalin verloor Tsjechov zijn gevoel voor humor niet. Neem bijvoorbeeld zijn beschrijving van een ‘typisch’ Siberisch bed: “In de hoek staat een bed met daarop een berg van veren matrassen en kussens in fraaie kussenhoezen. Om op deze berg te klimmen heb je een stoel nodig, en zodra je ligt, zink je erin weg. De mensen in Siberië houden van lekker te slapen in een zacht bed”.

Maar hij merkte ook de volstrekt onlogische en idiote gewoontes op van de eilandbewoners: “…, terwijl in het lager gelegen deel van de rivier de Giljaken voor hun honden vissen vingen die onvergelijkbaar gezonder en smaakvoller waren dan de vis die in het Timovsk District voor mensen werd gekookt” (De vis zwom tegen de stroom op, en werd hoe hoger die kwam, hoe slechter de kwaliteit werd).

En ten slotte: “Nergens wordt het verleden zo snel vergeten als op Sachalin. Dit komt door de grote mobiliteit van de verbannelingen. Elke vijf jaar verandert de bevolking radicaal (…) Dat wat vijfentwintig jaar geleden gebeurde, wordt als de oudheid beschouwd; reeds vergeten en verloren in de geschiedenis”.

Maar dankzij onze Tsjechov is dat laatste niet meer waar, en weten we precies hoe het was en wie er woonde op Sachalin in de zomer van 1890.

*****

Gelezen:

Sakhalin Island – Anton Chekhov, translated by Brian Reeve

Chekhov – Henri Troyat

Anton Chekhov, a Life – Donald Rayfield

*****

Tekst, foto en vertaling © Elisabeth van der Meer 2021

2020 in Boeken

We zullen het jaar 2020 nooit vergeten, maar, zoals dat gaat in het leven, was het niet alleen maar kommer en kwel. Zo had ik opeens veel meer tijd om te lezen en te schrijven, en dat heb ik dan ook gedaan!

Jevgeni Onegin 

Op Een Russische Affaire werd een groot deel van 2020 aan Poesjkin’s Jevgeni Onegin gewijd. Ergens in februari, net voordat de corona crisis in Europa losbarstte, kwam ik op het idee om de Jevgeni Onegin Uitdaging te gaan maken voor mijn blog, een soort handleiding per hoofdstuk.  Het was super interessant om mezelf helemaal te verdiepen in dit meesterwerk, en het zorgde ervoor dat ik Poesjkin nog meer ging waarderen. Als ik nu aan het BBC programma Mastermind zou meedoen met Jevgeni Onegin als specialised subject, zou ik waarschijnlijk alle vragen goed hebben!

Spin-offs 

Naar aanleiding van de Jevgeni Onegin blogposts suggereerde een lezer dat ik In Paris With You (Songe à la Douceur) van Clémentine Beauvais moest lezen. Deze moderne versie van Jevgeni Onegin speelt zich af in Parijs. In een jaar waarin het niet mogelijk was om fysiek naar Parijs te gaan, was het wel zo leuk om er in ieder geval even in mijn hoofd te zijn. En er was nog zo’n spin-off: What Happened to Anna K. van Irina Reyn. Yelena Furman had het over deze moderne versie van Anna Karenina in The Feeling Bookish Podcast. Irina Reyn is in Rusland geboren en woont tegenwoordig in de Verenigde Staten. Haar debuutroman speelt zich af in de hechte gemeenschap van de Russisch-Joodse immigranten in New York City. En die verschilt blijkbaar niet eens zo heel veel van het milieu van de originele Anna.

Je moet het maar durven om een grote klassieker te gaan herschrijven, want er worden hoe dan ook vergelijkingen gemaakt met het origineel, maar beide dames zijn erin geslaagd om er een nieuw en eigen werk van te maken. 

Nieuw en opmerkelijk

Ik bespeurde een trend van moderne schrijfsters uit de voormalige Sovjetstaten, en heb met veel plezier diverse boeken in dit genre gelezen. Het Achtste Leven van de van oorsprong Georgische schrijfster Nino Haratischvili was perfect voor een tijd waarin we niet konden reizen, want met bijna 1300 bladzijden was het een flink boek om mee te moeten zeulen;-) Mijn favoriete ontdekking in 2020 was Three Apples Fell from the Sky van Narine Abgaryan (volgens mij nog niet in het Nederlands vertaald). Narine Abgaryan is Armeens en woont in Moskou. Three Apples is een heerlijk hartverwarmend boek!

Boekenclubs

Nog zo’n hartverwarmend boek is Grey Bees van Andrej Koerkov. Ik ben nu halverwege en lees het voor een online boekenclub. Boekenclubs kunnen een goede manier zijn om nieuwe boeken te ontdekken en ik vind het erg leuk om mee te doen aan een boekenclubje voor Russische boeken. In het dagelijks leven ontmoet ik nou eenmaal niet zo heel veel mensen die mijn passie delen! Voor datzelfde clubje las ik The Librarian van Michail Elizarov; niet bepaald hartverwarmend, en het gaat ook niet over bibliotheken zoals wij die kennen en waarderen, maar deze moderne dystopische roman was zeker interessant. Met een aantal mensen op Twitter ben ik De Reis naar Sachalin van Tsjechov aan het lezen. Een zeer leesbaar en zelfs vermakelijk verslag van de reis die Tsjechov in 1890 maakte naar dit Russische eiland om er een census te maken van de strafkolonie daar. 

Non-fictie 

Achter de schermen lees ik ook een hoop non-fictie. Vooral om research te doen voor mijn blog, zoals het zeer uitgebreide commentaar dat Nabokov schreef over Jevgeni Onegin. Omdat ik meer wilde lezen over Russische bijgeloven had ik een boek daarover besteld, maar dat is helaas tot twee keer toe kwijtgeraakt tussen de miljoenen pakketjes die er de afgelopen tijd bezorgd moesten worden. Ik zal het binnenkort nog eens proberen. 

De niet-Russen

Het lijkt misschien wel alsof ik alleen maar Russische literatuur lees, maar dat is zeker niet het geval. Zo heb ik het afgelopen jaar onder andere klassiekers van Oscar Wilde en Jane Austen herlezen en heb ik me verder verdiept in de Finse literatuur. 

Laten we hopen dat het jaar 2021 ook een mooi leesjaar wordt. Ik wens jullie allemaal een gezond en gelukkig 2021, с Новым Годом!

*****

Foto en tekst © Elisabeth van der Meer 2021

De Wie-is-Wie van Anna Karenina

Omdat ik vaak hoor dat het grootste struikelblok met betrekking tot Russische literatuur het grote aantal personages met lange namen is, volgt hier een wie-is-wie van Anna Karenina. Want het zou jammer zijn als dat een reden is om dit prachtige boek niet te lezen. Ik geef de titel, naam voluit en de bijnaam, en zonder al te veel prijs te geven een korte introductie. Onderaan deze post vind je de lijst in PDF format om te downloaden of om uit te printen.

De personages

Stiva, Vorst Stepan Arkadjevitsj Oblonski, de broer van Anna en de man van Dolly. Zijn doopnaam is Stepan, maar intimi noemen hem Stiva. Zijn vader heette Arkadij, daarom is zijn vadersnaam Arkadjevitsj. Tolstoj noemt hem meestal Oblonski, maar ook vaak Stiva. Oblonski is de spil van het boek, hij kent en verbindt alle personages. Hij is een echte levensgenieter, heeft heel veel vrienden, maar Levin is toch wel zijn beste vriend. 

Dolly, Vorstin Darja Aleksandrovna Oblonskaja, née Sjtsjerbatskaja. In die tijd was het in de mode om een Engelse roepnaam te hebben. Zij is de zus van Kitty. Haar achternaam en vadersnaam nemen de vrouwelijke vorm aan: Oblonski –> Oblonskaja. De Oblonski’s vormen een chaotisch gezin, met heel veel kinderen, ze leven boven hun stand. Dolly houdt het huishouden draaiende. 

Anna – Anna Arkadjevna Karenina, née Oblonskaja. De zus van Stiva en getrouwd met Karenin. Zij is misschien wel het bekendste personage uit de Russische literatuur. Ze is de personificatie van de dubbele moraal: haar broer gaat vreemd en komt er mee weg, maar zij wordt voor hetzelfde vergrijp door iedereen veroordeeld en met de nek aangekeken. Vooral haar tragische einde spreekt nog steeds tot de verbeelding. 

Levin – Konstantin Dmitrijevitsj Levin. De held van dit verhaal. Tolstoj gaf hem veel autobiografische trekken mee. Hij wordt een beetje als een zonderling beschouwd, omdat hij liever op het platte land woont dan in de stad, maar wie hem beter kent, weet dat hij een hart van goud heeft. Hij is verliefd op Kitty. Hij behoort, net als de Sjtsjerbatski’s, tot een oude, adelijke Moskouse familie. Hij is rijk.

Kitty – (de jonge) Vorstin Jekaterina Aleksandrovna Sjtsjerbatskaja, ook wel bij de gebruikelijk Russische liefkozende afkorting genoemd: Katja. Kitty en Dolly hebben dezelfde vader en dus dezelfde vadersnaam Aleksandrovna en meisjesnaam. Kitty is, in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, de echte heldin van dit verhaal. Ze is het jongste kind en na een verwarrende start vindt ze de ware liefde. Ook zij heeft een hart van goud, en vanaf het moment dat zij ten tonele verschijnt is de lezer net zo verliefd als Levin. 

Graaf Aleksej Kirillovitsj Vronski – Een bijzonder knappe officier en zeer rijk. Hij is niet getrouwd en heeft een bazige moeder. De lezer krijgt nooit volledig hoogte van hem, per saldo is het beeld niet erg sympathiek. 

Aleksej Aleksandrovitsj Karenin – de man van Anna, en een zeer belangrijke politicus in Sint Petersburg. Een kille man, workaholic en zeer gelovig. Hecht heel veel waarde aan zijn goede naam. In andere woorden: oersaai. 

De oude vorst en vorstin, de Sjtsjerbatski’s, de ouders van Kitty en Dolly. Hoewel de ouders regelmatig kibbelen, is het een warm en hecht gezin. Ze leven op z’n Moskous enorm mee met hun kinderen, en dat is dan ook vaak de oorzaak van hun gekibbel. 

De broers van Levin – Nikolaj Dmitrijevitsj Levin, een ziekelijke alcoholist en halfbroer Sergej Ivanovitsj Koznisjev, een zeer bekende schrijver – andere vader, dus heeft hij een andere vadersnaam. Levin is eigenlijk closer met Nikolaj, maar door zijn problemen zien de broers elkaar niet vaak. Zijn relatie met Sergej is wat afstandelijk, maar ze zien elkaar regelmatig. 

De Lvov’s – Natalja Aleksandrovna Lvova, Natalie, de zus van Kitty en Dolly. Haar man, de diplomaat Arseni Lvov. Ze hebben twee kinderen.

Gravin Betty, tante van Vronski en vriendin van Anna en Gravin Lydia, vriendin van Karenin. Het zijn allebei roddeltantes, maar Lydia verkeert letterlijk en figuurlijk in de hoogste kringen. 

Jasjvin, door Tolstoj veelzeggend omschreven als “een speler en drinker en een man niet zozeer zonder principes als wel met immorele principes; toch was hij Vronski’s beste vriend in het regiment”. Zegt natuurlijk ook veel over Vronski. 

Agafja Michajlovna – de oude njanja van Levin. Totdat Levin getrouwd is, is ze zijn huishoudster. En dan bedoel ik niet dat ze zijn schoonmaakster is, maar dat ze het hoofd van het huishouden is. De njanja had een speciale plaats in het adelijke Russische gezin, en werd vaak op handen gedragen.

Kinderen: Serjozja, de zoon van Anna. Annie, het dochtertje van Anna. Mitja, de zoon van Levin. Grisja, Tanja, Nikoljenka, Masja, Vasja, kinderen van Dolly en Oblonski. 

Varenka, Varvara Andrejevna, mademoiselle Varenka. Gezelschapsdame van Madame Stahl en vriendin van Kitty. Zij helpt arme en zieke mensen. Niet te verwarren met vorstin Varvara, een vriendin van Anna. 

Vasenka Veslovski, een achterneef van de Sjtsjerbatski’s. Een vrolijke en enthousiaste jongeman met een bord voor zijn kop. 

Personeel: Annoesjka, dienstmeisje van Anna. Kapitonitsj, portier van de Karenins en grote vriend van Serjozja. Matvej, bediende bij de Oblonski’s. Kornej, bediende van Karenin. Lizaveta Petrovna, de vroedvrouw. 

De honden: Laska (Lasotsjka), de hond van Levin en Krak, de hond van Oblonski. Het zijn slimme jachthonden en Tolstoj weet als alwetende verteller precies wat ze denken. 

Klik hier voor een wie-is-wie van Oorlog en Vrede.

Tekst en foto © Elisabeth van der Meer 2020

De Wie-is-wie van Oorlog en Vrede

Er komen ongeveer 580 individuele personages voor in Oorlog en Vrede. Die hebben vaak ook nog eens lange en verwarrende Russische namen en titels. Dit is een van de voornaamste redenen dat veel mensen aarzelen om aan Oorlog en Vrede te beginnen.

Om het de lezer iets makkelijker te maken, heb ik een lijst gemaakt van de 73 meest voorkomende en belangrijke personages. De lijst is op alfabetische volgorde, met de naam zoals Tolstoj die het meest gebruikt. Ik geef er een korte omschrijving bij. Geen spoilers! Per vertaling kan de spelling van de namen variëren, ik gebruik de meest voorkomende transliteratie. Onderaan deze post vindt je een PDF om eventueel uit te printen. Ik link ook naar specifieke blog posts over bepaalde personages.

De Personages

(Tsaar) Alexander I; de tsaar van Rusland (echt).

(Vorstin) Aline Koeragin – de vrouw van vorst Vasili.

Alpatitsj, Jakov Alpatitsj – een personeelslid op het landgoed ‘Lysyje Gory’ van de Bolkonski’s. 

Anatole; Anatole Koeragin; Vorst Anatole Vasilijevitsj Koeragin – de oudste zoon van vorst Vasili, knap om te zien, maar, net als bij zijn zuster Hélène, komt de buitenkant niet met de binnenkant overeen. Dik bevriend met Dolochov.

(Vorst) Andrej; Andrej Nikolajevitsj Bolkonski – Marja’s broer, Lise’s echtgenoot, en zoon van de oude vorst Bolkonski. Is het merendeel van de tijd aan het Russische front. Kan nogal nors en kortaf overkomen. 

Anna Michajlovna; Vorstin Anna Michajlovna Doebretskoj – De moeder van Boris en een goede vriendin van gravin Rostov. Ze probeert steeds de positie van haar zoon te verbeteren. 

Anna Pavlovna Scherer; Annette – hoewel het boek met haar begint, is ze een minder belangrijk personage. Ze behoort tot de hoogste kringen en is wat conservatief. 

Araktsjejev; Graaf Alexej Andrejevich Araktsjejev – generaal en staatsman met een opvliegend karakter (echt).

Bagration – een Russische generaal (echt).

Bazdejev; Osip (Josef) Alexejevitsj Bazdejev – een Vrijmetselaar en bekende van Pierre.

Berg; Alphonse Karlovitsj Berg, Vera’s echtgenoot, officier in het leger. 

(Graaf) Bezoechov; Kirill Vladimirovitsj Bezoechov; de oude graaf – Pierre’s vader, een van de rijkste mensen in Rusland en hij ligt al op sterven als de roman begint.

Bilibin – een diplomaat met een slimme reputatie, beweegt zich in de hoogste kringen.

(De oude vorst) Bolkonski; Nikolaj Andrejevitsj Bolkonski; de oude Bolkonski – de vader van Marja en Andrej, een ouderwetse en strenge man.

Boris; vorst Boris Doebretskoj – een vriend van Natasja en Nikolaj, aardig, maar wel berekenend.

(Mademoiselle) Bourienne – een Française die in dienst is als gezelschapsdame voor Marja.

Katisj; freule Katisj – één van de drie nichten van de oude graaf Bezoechov, ze probeert een deel van de erfenis te bemachtigen en wil het liefst dat Pierre niets krijgt.

Daniël – de jachtopziener op het landgoed van de Rostovs.

Denisov; Vasjka; Vasili Dmitritsj Denisov; een huzaar officier die bevriend raakt met Nikolaj, een echte goeierd, hij kan de letter ‘R’ niet uitspreken.

Dmitri Vasiljevitsj – een zaakwaarnemer van graaf Rostov. 

Dolgoroekov; Joeri Dolgoroekov – een generaal.

Dolochov; Fedja; Fjodor Ivanovitsj Dolochov – een officier die bevriend is met Pierre. Hij kan wreed en gemeen zijn. 

Dorochov – Luitenant-Generaal (echt).

Dron – de dorpsoudste op het landgoed ‘Lysyje Gory’ van de Bolkonski’s. 

Ferapontov – een herbergier.

Hélène; Vorstin Jelena Vasilijevna Koeragin; Gravin Bezoechov – de dochter van vorst Vasili, heel mooi van buiten, maar niet van binnen.

(Vorst) Hippolyte; Ippolit; Ippolit Vasilijevitsj Koeragin – de jongste zoon van vorst Vasili. Niet de slimste van de familie.

Ilagin – een rijke buurman van de Rostovs die van jagen houdt. 

(Graaf) Ilja; Ilja Andrejevitsj Rostov; Graaf Rostov; de graaf – het hoofd van de familie Rostov, bijzonder vriendelijk en vrijgevig.

Iljin – een jonge officier, Nikolaj’s protégé. 

Jesa-oel Lovajski de Derde; Michail Feoklititsj; de jesa-oel – een ‘jesa-oel’ is een kozakkenkapitein.

Julie; Julie Karagina (niet te verwarren met de Koeragins), Marja’s vriendin en, net als Marja, een rijke erfgename. 

Karatajev; Platon Karatajev – een boerensoldaat die samen met Pierre door de Fransen gevangen wordt gehouden.

Karaj – Nikolaj’s favoriete jachthond, samen met Milka.

Karp – een boer op het landgoed ‘Lysyje Gory’, de leider van een kleine opstand na de dood van graaf Bolkonski.

Kozlovski – een aide-de-camp van Koetoezov.

Koetoezov – veldmaarschalk, speelde een cruciale rol in de Slag bij Borodino (echt).

Lavroesjka – de soldaat die voor Denisov en Nikolaj zorgt tijdens actieve dienst.

(De kleine vorstin) Lise; Liza; Jelizavjeta Karlovna Bolkonski –  Andrej’s vrouw. Ze is heel knap maar heeft een donzig en kort bovenlipje. Heel lief en zorgzaam.

Mack; Baron Mack von Leiberich – Oostenrijks generaal (echt).

Makar Alexejevitsj Bazdejev – de half gekke en alcoholistische broer van Pierre’s Vrijmetselaar vriend Bazdejev.

Mary Hendrichovna – de vrouw van de regimentsdokter.

(Freule) Marja; Marja Nikolajevna Bolkonski; Masja; Mary – Andrej’s zuster. Tolstoj omschrijft haar als niet bijzonder knap met uitpuilende ogen. Ze is nogal nerveus, heel lief en vroom.

Marja Dmitrijevna; Marja Dmitrijevna Achrosimova – een vriendin van de Rostovs, ze staat bekend als “le terrible dragon”, ze zegt altijd hoe ze erover denkt. 

Mavra; Mavra Koezminisjna – een bediende in het Rostov huishouden.

Michail Ivanovitsj – een architect.

Milka – Nikolaj’s favoriete jachthond samen met Karaj.

Morel – de bediende van Captain Ramballe.

Napoleon Bonaparte; de Franse keizer (echt).

Nastasja Ivanovna – de zot op het landgoed van de familie Rostov, een man in vrouwenkleding. Het was destijds in Rusland nog normaal om een grappenmaker in dienst te hebben. 

Natasja; Gravin Natalja Iljinitsjna Rostov; Gravin Rostov – de jongste dochter van de Rostovs. Een knap meisje met een sterke intuïtie, eigengereid, en net als haar vader heel ruimhartig.

Nesvitski; Vorst Nesvitsky – een officier,  een bekende van Nikolaj, Denisov and Dolochov, wordt omschreven als een gezette en vrolijke jongeman.

Nikolaj; Nikolaj Iljitsj Rostov; Rostov; Graaf Rostov – de oudste zoon van de Rostovs. Vrolijk, hartelijk en gerespecteerd, soms roekeloos, maar een dappere huzaar.  

Nikolenka; Vorst Nikolaj Andrejevitsj Bolkonski – de zoon van Andrej en Lise.

Oompje – een buurman en ver familielid van de Rostovs.

Pelageja Danilovna Meljukova – een buurvrouw van de Rostovs.

Petja; Graaf Pjotr Iljitsj Rostov – het jongste lid van de Rostov clan, overenthousiast en zo mogelijk nog impulsiever dan Natasja en Nikolaj. 

Pierre; Pjotr Kirilovitsj Bezoechov; Graaf Bezoechov – de illegale zoon van Graaf Bezoechov. Hij wordt nog net op tijd erkend, en dat maakt hem de rijkste en meest begeerde vrijgezel van Rusland.

(Captain) Ramballe – een Franse officier wiens leven gered wordt door Pierre.

Rostoptsjin – de gouverneur van Moskou. In plaats van de stad over te leveren aan Napoleon, liet hij alle inwoners vertrekken en liet hij stad afbranden. Toen Napoleon Moskou bereikte, vond hij een verlaten en brandende stad (echt).

(Gravin) Rostov; Natalja; de Gravin – Ilja’s vrouw en de moeder van Vera, Nikolaj, Natasja en Petja. Pleegmoeder van Sonja.

Sjinsjin, Pjotr Nikolajevitsj – een neef van gravin Rostov.

Sonja; Sophia Alexandrovna; Sophie – de pleegdochter van de Rostovs, een verweesd familielid. Ze is heel knap en de beste vriendin van Natasja.

Speranski; Graaf Michail Michailovitsj Speranski – staatsman (echt).

Taras – de kok van de Rostovs. Een lijfeigene die heeft leren koken van een Franse chef. Welgestelde Moskovieten gaven graag uitgebreide diners en een goede kok hebben was een kwestie van persoonlijke eer.

Teljanin – een officier die de beurs van Denisov steelt.

Tichon – de persoonlijke bediende van de oude graaf Bolkonski. 

Tichon Sjtsjerbati – een boer die zich bij het regiment van Denisov voegt.

Timochin; Kapitein Timochin – een legerkapitein.

Toesjin – Kapitein Toesjin – een legerkapitein.

(Vorst) Vasili; Vasili Koeragin; Koeragin – de vader van Anatole and Hélène, die zijn uiterste best doet om zijn kinderen zo rijk mogelijk te laten trouwen.

Vera; Gravin Vera Iljinitsjna Rostov – het oudste Rostov kind, vanwege haar nogal brave en betweterige natuur is zij niet altijd even populair bij haar jongere broers en zus.

Zjerkov – een huzaar. Hij maakte deel uit van Dolochov’s vriendengroep in Sint Petersburg.

Klik hier voor de wie-is-wie van Anna Karenina.

*****

Foto en tekst © Elisabeth van der Meer 2020

Poesjkin’s Schoppenvrouw

In 1833, tijdens de beroemde Boldino herfst, schreef Poesjkin zijn mysterieuze meesterwerk Schoppenvrouw. 

Het beroemdste citaat uit Schoppenvrouw is “één hoofd kan net zo min door twee ideeën tegelijk in beslag genomen worden, als dat twee lichamen tegelijk dezelfde fysieke ruimte in beslag kunnen nemen.” Deze uitspraak slaat op de held uit Schoppenvrouw, Germann. Hij is geobsedeerd door een geheim dat een oude gravin al zestig jaar met zich meedraagt: drie speelkaarten die ervoor zorgen dat je gegarandeerd wint. Hij is bereid alles te doen om achter de drie kaarten te komen, desnoods wil hij haar minnaar worden. 

Motivatie

Germann’s vader was een gerussificeerde Duitser die hem een klein vermogen naliet. Genoeg om op bescheiden voet van te leven. Germann is zuinig en leeft van zijn inkomen als officier. Wanneer hem gevraagd wordt waarom hij nooit kaart speelt en slechts toekijkt hoe de anderen spelen, zegt hij steevast dat hij het zich niet kan veroorloven ‘het noodzakelijke op het spel te zetten om het overtollige te verkrijgen’. Hoewel hij het verhaal over de gravin in eerste instantie afdoet als een ‘sprookje’, kan hij al snel aan niets anders meer denken en ziet hij de drie kaarten als een mogelijkheid om tot dezelfde sociale klasse te gaan behoren als zijn welgestelde medeofficieren.

Faro

Het kaartspel waar het hier om gaat, is Faro. Op zijn simpelst uitgelegd speelden twee spelers tegen elkaar, een bankhouder en een uitdager. De uitdager zette geld in op een door hem gekozen kaart. De bankhouder had een vers pak kaarten waaruit hij steeds twee kaarten nam. De eerste werd rechts gelegd en de tweede links. Als de rechterkaart hetzelfde was als de kaart waarop gewed was, dan won de bankhouder en als de gekozen kaart links viel, dan won de uitdager.

Plot

Germann heeft 47000 roebel geërfd en verwacht daar dus 376000 roebel van te kunnen maken. Met behulp van de door hem ingepalmde pleegdochter van de gravin, weet Germann op een nacht haar slaapkamer binnen te dringen. Ze weigert echter haar geheim prijs te geven en Germann bedreigt haar met een pistool. Van schrik sterft de 87-jarige. Germann verlaat ongezien het huis en er wordt aangenomen dat ze van ouderdom is gestorven. Drie nachten later verschijnt ze als geest aan Germann en vertelt hem alsnog de drie kaarten: drie, zeven en aas. Hij mag maar op één kaart per 24 uur wedden. Zodra de gelegenheid zich voordoet gaat Germann zijn ‘geluk’ beproeven. Hij zet zijn 47000 roebel in en wint inderdaad op de drie. En op de zeven de dag erna. De derde dag valt rechts een vrouw en links een aas. Hermann is verheugd over zijn winst en draait zijn kaart om, maar in plaats van de aas ligt er een schoppenvrouw, die verdacht veel op de gravin lijkt, en heeft hij dus alles verloren. De omstanders reageren tevreden, “uitstekend gespeeld!” roepen ze. Maar Hermann hoort het niet en verliest zijn verstand. Hij mompelt de rest van zijn leven “Drie, zeven, aas. Drie, zeven, vrouw.” 

Ironie

De ironie van dit verhaal is dat Germann niet snapt dat hij door zijn hele vermogen te riskeren en te verliezen, hij juist de bewondering en acceptatie van de hogere klasse heeft geoogst. In tegenstelling tot Nikolaj uit Oorlog en Vrede* kan hij zijn verlies niet verwerken.

Interpretatie

Poesjkin maakt meerdere interpretaties mogelijk. Het meest waarschijnlijke scenario is dat Germann doorgedraaid was en dat hij droomde dat de dode gravin hem bezocht. Er zijn diverse aanwijzingen dat Germann al een beetje gek was. Hij wordt beschreven als iemand die zelf nooit speelt, maar wel tot vijf uur ’s nachts met ‘koortsachtige onrust’ kijkt hoe de anderen spelen. Ook de drie kaarten ‘weet’ hij al voordat de gravin ze hem vertelt: “Nee! Berekening, zuinigheid en noeste arbeid: dat zijn mijn drie zekere kaarten, dat is hoe ik mijn vermogen kan verdrie– en zelfs verzevenvoudigen en wat mij rust en onafhankelijkheid zal brengen.” Waar zit de aas dan? Nou, Poesjkin wordt niet voor niets een genie genoemd; in het Russisch zegt hij “Нет! Расчёт, умеренность и трудолюбие: вот мои три верные карты, вот что утроит, усемерит мой капитал и доставит мне покой и независимость.” Het Russische woord voor verdrievoudigt eindigt op een ’t’ en het daaropvolgende woord, verzevenvoudigt, begint met ‘us’, samen ‘tus’, het Russische woord voor ‘aas’. En bovendien is zijn bewering helemaal niet logisch; hij kan met kaarten zijn vermogen verdubbelen of verachtvoudigen. En als het op het eerste gezicht niet logisch is, dan zal Poesjkin het wel op een andere manier wel logisch hebben gemaakt. Verder gokt de speler in Faro dus dat een bepaalde kaart links gaat vallen in plaats van rechts, en daar is geen strategie op van toepassing, iets wat een normaal denkend persoon zich meteen zou realiseren. De bron van de ‘anecdote’, Tomski, de kleinzoon van de gravin en medeofficier van Germann, is ook niet al te betrouwbaar. Hij plaagt zijn grootmoeder en diens pleegdochter herhaaldelijk, en het is niet ondenkbaar dat hij het hele verhaal verzonnen heeft.

Andere opmerkelijke feiten

Het geheim van de gravin bestaat niet alleen uit drie kaarten, maar ook uit drie toiletartikelen: rouge, haarspelden en een versierde muts; in de slaapkamer is Germann getuige van haar ‘geheim’. Tomski’s voornaam is Paul (Pavel), en hij trouwt met een zekere Polina. Germann heeft de dood van de gravin veroorzaakt en als hij met kaarten verliest zegt de banker tegen hem “uw vrouw is verslagen”, het Russische woord voor verslagen kan ook ‘vermoord’ betekenen. En voor je het weet zie je net als Germann overal nummers: De gravin is een 87-jarige vrouw, in het cijfer 8 kun je een 3 zien en dan heb je dus drie, zeven, vrouw.

*In Oorlog en Vrede verliest Nikolaj met Faro 43000 roebel aan Dolochov, die bank houdt en vals speelt. 

The Queen of Spades by Alexandr Pushkin in Russian and in a translation by Gillon Aitken

Rereading “The Queen of Spades” by Andrew Wachtel

The Ace in “The Queen of Spades” by Sergei Davydov

Tekst en foto’s © Elisabeth van der Meer 2020 (foto speelkaarten van Wikipedia)

De meest Schotse van de Russische schrijvers – Michail Lermontov

In 1613 vertrok een Schotse officier genaamd George Learmonth van Balcomie Castle in Fife richting Polen. Via Polen belandde hij in Rusland, waar hij zich definitief vestigde en zijn naam veranderde in ‘Lermontov’, een naam die legendarisch zou worden in de wereld van de Russische literatuur. 

200 jaar later namelijk, op 15 oktober 1814 om precies te zijn, werd Michail Lermontov geboren in Moskou. 

En 400 jaar later keerde één van zijn Russische nakomelingen, Maria Koroleva, terug naar Schotland om meer te weten te komen over haar, en Michail Lermontov’s, Schotse roots. Ze zamelde geld in voor een buste ter nagedachtenis aan haar voorvader in het Schotse plaatsje Earlston, en ze ontwierp zelfs een speciale tartan voor de tweehonderdste verjaardag van Lermontov. 

Thomas de Rijmer

Om te weten te komen wat de link tussen Earlston en de Lermontovs is, moeten we nog verder terug in de tijd. Zo’n acht eeuwen geleden werd een zekere Thomas van Ercildoune geboren in Earlston, destijds Ercildoune genoemd. Deze Schotse laird werd bekend (in Schotland) als ‘Thomas de Rijmer’ en ‘Thomas Learmont’, een profeet en ziener die zijn voorspellingen in versvorm opschreef. In de Ballade van Thomas de Rijmer, die later met veel succes door Walter Scott herschreven werd, werden zijn voorspellende gaven verklaard als een cadeau van de koningin van Elvenland. Juist, een elf. De Learmonth clan claimt af te stammen van deze Thomas de Rijmer. 

Michail Lermontov wist van zijn Schotse afkomst af en het is niet onwaarschijnlijk dat dat bijgedragen heeft aan zijn dichterlijke ambities. Op zijn minst is het een bron van inspiratie geweest. Zoals de meeste schrijvers destijds was hij een groot fan van Walter Scott, Ossian* en George Byron; alledrie Schotten. Helaas heeft Lermontov gedurende zijn korte leven nooit de kans gehad om Schotland  in het echt te bezoeken, maar twee van zijn gedichten spelen zich af in Schotland: Het Graf van Ossian (Гроб Оссиана) en Een Wens (Желание).

De Dichter van de Kaukasus

Het is echter de Kaukasus waar Lermontov het meest mee geassocieerd wordt. Zowel in zijn jeugd als tijdens zijn militaire carrière en verbanning, heeft Lermontov veel tijd doorgebracht in die regio. Het ruige en spectaculaire berglandschap deed hem vast aan het Schotse landschap denken, dat hij alleen kende uit het werk van Scott en Ossian. Je zou kunnen zeggen dat Lermontov voor de Kaukasus heeft gedaan wat Walter Scott voor Schotland heeft gedaan: zijn schitterende en levendige omschrijvingen van de streek inspireren ook vandaag de dag nog reizigers en lezers. 

Hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat Lermontov inderdaad van Thomas de Rijmer afstamt, heeft hij in ieder geval wel dezelfde aanleg voor voorspellende verzen; in het gedicht De Droom voorspelt hij zijn eigen dood behoorlijk accuraat. 

In Rusland wordt Lermontov als de op één na grootste schrijver beschouwd, de gedoodverfde opvolger van Poesjkin. Hij is enorm invloedrijk geweest als dichter en als schrijver van de eerste grote Russische psychologische roman, Een Held van Onze Tijd.

En zo is Lermontov niet alleen de dichter van de Kaukasus, maar ook de meest Schotse van de Russische schrijvers. 

Thomas de Rijmer met de elfenkoningin; een Kaukasus landschap geschilderd door Lermontov, Balcomie Castle; en een zelfportret van Lermontov

*Ossian – gedurende Lermontov’s leven was het nog niet bekend dat Ossian een fabricatie van James Macpherson was.

*****

Ter gelegenheid van Lermontov’s verjaardag vandaag las ik uit After Lermontov – Translations for the Bicentenary, edited by Peter France and Robyn Marsack. Deze dichtbundel benadrukt de link tussen Lermontov en Schotland en de gedichten zijn vertaald door Schotse dichters en vertalers.

https://www.tartanregister.gov.uk/tartanDetails?ref=11000

Tekst en foto’s © Elisabeth van der Meer 2020

Season 2 Episode 42: Elisabeth on The Eugene Onegin Challenge Finale — Tea Toast & Trivia

Wederom heb ik de krachten gebundeld met Rebecca Budd van Tea, Toast & Trivia, en we hebben  de laatste podcast opgenomen in de serie over Poesjkin en Jevgeni Onegin. Dank je wel Rebecca en Don voor de gelegenheid om over een van mijn favoriete onderwerpen te praten!

Welcome to Tea, Toast and Trivia. Thank you for listening in. “We still, alas, cannot forestall it This dreadful ailment’s heavy toll; The spleen is what the English call it, We call it simply, Russian soul.” Alexander Pushkin, Eugene Onegin Elisabeth Van Der Meer from the extraordinary blog, A Russian Affair, has once again joined […]

Season 2 Episode 42: Elisabeth on The Eugene Onegin Challenge Finale — Tea Toast & Trivia

Vier memorabele honden uit de Russische literatuur

In de Russische literatuur zijn diverse voorbeelden te vinden van memorabele honden. Het is de hoogste tijd dat zij een beetje aandacht krijgen op dit blog. Laten we eens naar vier voorbeelden kijken.

Tolstoj

Tolstoj’s ongeëvenaarde psychologische inzicht is ook op honden van toepassing; neem nou Laska in Anna Karenina. Ze is een enthousiaste, ervaren en toegewijde jachthond. Zodra ze door heeft dat haar baasje Levin van plan is te gaan jagen, is ze in opperste staat van ongeduld en opwinding. Tijdens de jacht voelt ze feilloos aan wat de stand van zaken is. Zit het haar baasje niet mee, dan wil ze hem niet teleurstellen door haar gebrek aan vertrouwen te tonen, en hoewel ze niet gelooft dat hij echt een snip geschoten heeft, doet ze alsof ze serieus op zoek gaat naar de snip (deel 6, h10). En hoewel zij natuurlijk veel beter kan ruiken dan haar baasje en ze een stel snippen op het spoor is, volgt ze, om hem een plezier te doen, zijn bevel om ergens anders te gaan zoeken op en denkt bij zichzelf ‘als hij het dan wil, zal ik het wel doen, maar het is niet op mijn verantwoording’ (deel 6, h12).

Tsjechov

Kastjanka in het gelijknamige verhaal van Tsjechov, dat volledig vanuit het perspectief van Kastjanka is geschreven, is een klein, dom, nerveus, aandoenlijk vuilnisbakje. Ze woont bij een meubelmaker die altijd dronken is en niet goed voor haar zorgt. Op een avond raakt ze haar baasje kwijt en wordt meegenomen door een clown die een dierenact heeft. Haar nieuwe baasje zorgt heel goed voor haar, en geeft haar de naam Tante, maar nu deelt ze het huis met een kat en een gans. Ondanks de goede zorgen is ze bang, ze snapt niets van de gans en de kat, en ze mist ze haar oude vertrouwde leventje. Net als ze gewend is wordt ze meegenomen naar een optreden. Wat blijkt, haar oude baasje is een van de bezoekers, en in een vlaag van paniek springt ze terug naar haar oude vertrouwde leventje. “En jij, Kastjanka, jij bent een twijfelachtig geval. Tot een mens sta je als een timmerman tot een meubelmaker” zei de meubelmaker. 

Boelgakov

Boelgakov gaf ons Sjarik (Hondenhart). Een doodnormale zwerfhond met een doodnormale naam. Ook Sjarik wordt op een dag op straat gevonden en mee naar huis genomen. In dit geval door een zeer vooraanstaande dokter, die dankzij zijn vooraanstaande patiënten nog diverse privileges van voor de revolutie kan genieten. Het kost Sjarik geen enkele moeite om te wennen, behalve dan misschien aan de opgezette uil van de dokter. Maar… de dokter voert een experiment met hem uit; hij krijgt de hypofyse en testikels van een crimineel geïmplanteerd. Langzaam maar zeker verandert hij van een hond in een mens, of zeg maar gerust een ploert, en wordt het rustige huishouden van de deftige dokter volledig op zijn kop en onder water gezet. Sjarik heet nu Poligraf Poligrafofitsj Sjarikov, heeft allerlei pretenties en keert zich tegen de dokter. 

Toergenjev

Ook het leven van de verteller in het verhaal De Hond wordt door een sinistere hond verstoord. Op een nacht hoort de verteller overduidelijk de geluiden van een hond in zijn slaapkamer. Als hij op onderzoek gaat, is er geen hond te vinden. Dat gaat zo zes weken verder; zodra de kaars uit is begint de hond te krabbelen en te snuffelen. Hij krijgt het advies om naar een ‘ziener’ te gaan. Deze oude man vertelt hem dat het geen vloek is, maar een waarschuwing. Hij adviseert de verteller tot bepaalde heiligen te bidden en op de markt een hondje te kopen. De geluiden zouden ophouden en de hond zou hem nog meer kunnen helpen. De verteller koopt direct een hondje, en de geluiden houden inderdaad op. Het hondje wordt een grote hond, Trezor. Op een dag wordt de verteller aangevallen door een enorme hond met rabies. Trezor, redt hem, maar moet dat zelf met de dood bekopen. 

Een hondenleven

Vier totaal verschillende honden, stuk voor stuk memorabel. Voor Toergenjev en Tolstoj was de hond is iets tussen een mens en een dier. Laska doet haar uiterste best om Levin te plezieren. Ze is misschien wel de enige die hem echt begrijpt. De Hond is één van Toergenjev’s spookverhalen, en volgt het vaste patroon van een sprookje. Turgenev was zelf niet bijgelovig, maar hij was wel gefascineerd door zulke dingen. In bijna al zijn werken komt wel een hond voor, en Moemoe is misschien wel de bekendste. Kastjanka begrijpt niet veel, maar laat op haar onbeholpen manier zien dat we soms the devil we know verkiezen boven iets goeds wat we niet begrijpen. Sjarik staat symbool voor het onvermogen van de Russische staat om door middel van de revolutie het volk te veranderen. 

Gogol feitjes

De mensennaam van Sjarik, Poligraf Poligrafovitsj, doet sterk denken aan de naam van de held uit Gogol’s De Mantel, Akaki Akakijevitsj. Zo’n dubbele naam komt in Rusland vaker voor, denk maar aan Vladimir Vladimirovitsj Poetin, maar bij ongebruikelijke namen heeft het een komisch effect. Over De Mantel gesproken, in de Russische tekst koopt de verteller uit De Hond de puppy van een ‘шинель’, een mantel, waarbij het woord mantel gebruikt wordt om de persoon aan te duiden.

Voor niet-Russische literaire honden verwijs ik je graag door naar deze post van Dave Astor, die mij ook op het idee bracht.

Laat me weten in de comments welke literaire hond jouw favoriet is 🐶

Tekst en foto’s © Elisabeth van der Meer 2020

De Jevgeni Onegin Uitdaging – De Conclusie

Dit is alweer de laatste aflevering in de Jevgeni Onegin uitdaging. En wat een ontdekkingsreis is het geweest! Er is een hoop gebeurd in de wereld sinds ik vijf maanden geleden met deze uitdaging begon, en ik hoop dat ik voor een beetje afleiding heb kunnen zorgen. Dat is voor mijzelf in ieder geval gelukt!

Nu alle hoofdstukken apart besproken zijn, gaan we kijken naar de roman als geheel.

De structuur

Allereerst de structuur. Achter deze schijnbaar moeiteloos geschreven roman in versvorm zit een bijna onvoorstelbaar slim uitgedacht stelsel van symmetrie, overlappende thema’s, teruggrijpende thema’s, linken en parallellen. Zeker als je bedenkt dat Poesjkin acht jaar geschreven heeft aan Jevgeni Onegin, en dat hij er op het laatste moment in plaats van negen of tien hoofdstukken, er acht van heeft gemaakt. Het plot is symmetrisch: Tatjana is verliefd op Onegin en wordt afgewezen en later is Onegin verliefd op Tatjana en wordt afgewezen. Alle hoofdtukken beginnen met hetzelfde thema als het thema waar het vorige hoofdstuk mee eindigde, en hoofdstuk 8 eindigt met het beginnende thema van hoofdstuk 1, Sint Petersburg. Het exacte midden van de roman vinden we volgens Nabokov in hoofdtuk 5, stanza 5, regel 6: ‘All objects either scared or charmed her, with secret meanings they’d impart’ – het tegenovergestelde van Sint Petersburg; we zijn midden op het platteland waar Tatjana zich vol overgave in de traditionele gebruiken van de svjatki heeft gestort. Alles bij elkaar zorgt dit ervoor dat de roman een perfect in balans geheel is. En dan heb ik het nog niet eens over het rijmschema, het Onegin sonnet en het heldere taalgebruik.

Het plot

Onegin’s demonische kant komt vooral aan het licht als de naïeve Lenski tegenover hem wordt gezet. Het is alsof hij Lenski’s optimisme niet kan verdragen. De wraak die hij op Lenski neemt als blijkt dat het naamfeest niet in kleine familiekring gevierd wordt is buiten proportie. Nog meer buiten proportie is Lenski’s reactie. Zelfs als blijkt dat Olga zich van geen kwaad bewust is, laat hij het duel doorgaan, en dat wordt zijn ondergang. Tatiana’s boeken laten haar denken dat Onegin haar ideale held is, maar zijn boeken laten haar de echte Onegin zien. Ondanks de ontmaskering blijft ze gevoelens voor Onegin koesteren. Omdat ze misschien wel begrijpt dat een relatie met Onegin uiteindelijk ook haar ondergang zal betekenen, geeft ze toe aan de wil van haar moeder, de maatschappelijk norm en de loop van het leven, ze trouwt met een andere man. Haar man ziet haar potentieel en weet haar naar waarde te schatten. Dat Onegin uiteindelijk toch in staat bleek verliefd te worden, op de echte Tatjana, want hij stelt zich haar beeld bij het raam voor, is niet genoeg. Zijn onbeholpen en lompe pogingen om haar te verleiden benadrukken nog maar eens zijn egoïstische karakter. Ironisch genoeg heeft Onegin in hoofdstuk 1 geen enkele moeite om getrouwde vrouwen te verleiden, maar in hoofdstuk 8 lukt het hem niet de enige getrouwde vrouw waar hij van houdt bij haar man weg te krijgen.

Mijn, mijn!

Poesjkin heeft het steeds over ‘mijn Onegin’, ‘mijn Tatjana’, ‘mijn Lenski’; maar ook ‘mijn lezer’ en ‘mijn muze’. Dit impliceert dat de personages en de roman uit Poesjkin zelf komen. Ja, natuurlijk komen ze uit hemzelf, hij heeft het immers allemaal bedacht, maar dat ‘mijn’ geeft aan dat ze allemaal een deel van hemzelf zijn.

De Lenski in Poesjkin

Lenski is een gestileerde jonge versie van de dichter Poesjkin: vol dichterlijke idealen, maar weinig origineel. Lenski’s dood is het gevolg van zijn gebrek aan potentieel als dichter en zijn onvermogen om Onegin als demon te herkennen. Poesjkin zet een nogal rigoreuze punt achter de jeugdige fase in zijn carrière door Lenski dood te laten gaan.

De Onegin in Poesjkin

Onegin staat symbool voor het society leven in Sint Petersburg, waar Poesjkin op het moment dat hij aan Jevgeni Onegin begon te schrijven, geen deel meer van uitmaakte vanwege zijn verbanning. Zonder zijn verbanning en de ‘fomo’ van Poesjkin had Jevgeni Onegin waarschijnlijk niet bestaan!

De Tatjana in Poesjkin

In Tatjana kunnen we veel van Poesjkin herkennen: haar passie voor lezen en natuur, haar verlangen naar passionele liefde, haar onbegrepen verlangens, de hang naar zowel het westen in vorm van Franse romans en het traditioneel Russische in de vorm van de verhalen van haar njanja en de svjatki rituelen. Net als de muze kan zij zich overal redden, aanpassen en zelfs triomferen. Van de drie belangrijkste personages staat Tatjana het dichtst bij Poesjkin.

Byron

Poesjkin was toen hij aan Jevgeni Onegin begon enorm geïnspireerd door Byron. Byron loopt als een rode draad door Jevgeni Onegin. Onegin is de Russische versie van de Byroniaanse held. Hij is rijk, intelligent, goed opgeleid, maar ook onaangepast, egoïstisch en onverschillig. Hij is snel verveeld, waar hij ook is, wat hij ook doet. Zijn leven heeft geen echte inhoud en zeker geen doel of nut. Vandaar dat dit type in de Russische literatuur ‘overtollig mens’ (лишний человек) genoemd wordt.

De Muze en de Demon

Poesjkin’s muze staat op een voetstuk. Hij prijst haar uitvoerig in de eerste zeven stanza’s van hoofdstuk 8. Haar ontwikkeling loopt gelijk op met de carrière van Poesjkin. Ze is bij hem in zijn studentenkamertje, ze vieren samen de eerste successen, ze gaat mee naar het zuiden en verwildert. Op Michailovskoje neemt ze de gedaante van Tatjana aan. In stanza 6 zijn ze terug in Sint Petersburg, en net als Tatjana houdt ze zich prima staande tussen alle glitter en glamour. De demon staat tegenover de muze. De demon probeert de dichter van de wijs te brengen met zijn cynisme en spot. Zoals we in de vorige post hebben gezien vervult Onegin de rol van demon.

De Lezer

Poesjkin zelf speelt ook een belangrijke rol in Jevgeni Onegin als verteller. Door zijn lezer direct aan te spreken wordt de lezer betrokken in het verhaal. De lezer hoort over de gebeurtenissen van een ooggetuige, wat de geloofwaardigheid van het gebeurde versterkt. Door de lezer direct aan te spreken creëert Poesjkin een vertrouwelijke en intieme sfeer, als in een persoonlijke brief. De lezer is Poesjkin’s gelijke, hij geeft de gebeurtenissen weer ‘zoals het gebeurd is’ en laat de conclusie aan de lezer.

De dichter en zijn overpeinzingen

Dankzij de lichte toon en het eenvoudige plot van Jevgeni Onegin heeft Poesjkin ruimte om af te dwalen in zijn eigen overpeinzingen. Bijna een derde deel van de tekst bestaat uit uitweidingen van de verteller/Poesjkin. De details en personen die hij ter sprake brengt komen vaak rechtstreeks uit zijn eigen leven, waardoor de grens tussen fictie en werkelijkheid vervaagt. Maar het is fictie, net als de romans die de personages lezen en waar ze zich met alle gevolgen van dien aan spiegelen. Dat sommige plotwendingen ook voor Poesjkin zelf als een verassing kwamen blijkt uit één van zijn brieven: “Mijn Tatjana is getrouwd! Dat had ik nooit van haar verwacht.”

Het belang van Tatjana’s droom

Tatjana’s Russische hart maakt dat ze zich vol overgave in de gebruiken van de svjatki stort. Dit is een beetje tegenstrijdig omdat we weten dat ze niet wil trouwen, en de gebruiken zijn er vooral gericht meer over de toekomstige echtgenoot te weten te komen. Hoewel Poesjkin, die zelf heel bijgelovig was, lichtelijk de draak steekt met alle gebruiken van de svjatki, blijkt later dat alles is uitgekomen: Tatjana wordt rijk (5:8), beide zussen trouwen een militair (5:4), en wie weet was de naam van haar man wel Agafon. Poesjkin laat de mogelijkheid open. In haar profetische droom in hoofdstuk 5 wordt Onegin voor het eerst ontmaskerd. Ze ziet hem te midden van een groep monsters waar hij duidelijk de baas is. Ook Lenski’s dood voorziet ze. Deze episode dient om het authentiek Russische in Tatjana en de roman te benadrukken. En bovendien zit er in de oude gebruiken blijkbaar meer waarheid dan in de buitenlandse romans!

Woorden

Poesjkin heeft slechts zo’n 35000 woorden nodig voor Jevgeni Onegin. Ik denk dat ik in deze serie al meer dan 10000 woorden heb gebruikt. Om nog maar te zwijgen over Nabokov, die een dikke 1000 bladzijden over Jevgeni Onegin schreef. En dan nog lijken al die woorden nauwelijks recht te doen aan deze fantastische en originele roman. Ondanks de soms droevige plotwendingen blijft de sfeer licht, vermakelijk en positief. Nergens dwingt Poesjkin zijn mening op; hij laat de lezer vrij om zelf conclusies te trekken. Onegin kan beschouwd worden als een poseur, die zijn vriend koelbloedig doodt en de onschuldige Tatjana een betweterige preek geeft, om haar jaren later, als ze getrouwd is, te proberen te verleiden. Maar je kunt hem ook zien als een tragisch product van zijn tijd en zijn leven als een tragische samenloop van omstandigheden. Er zijn ongetwijfeld net zoveel interpretaties als lezers en lezingen.

Een encyclopedie van Poesjkin’s brein

De Russische literaire criticus Belinski (1811-1848) noemde Jevgeni Onegin ‘een encyclopedie van het Russische leven’. Door de vele uitweidingen van Poesjkin hebben we ongetwijfeld veel over het leven in Rusland in het begin van de negentiende eeuw geleerd. Maar Jevgeni Onegin is vooral een encyclopedie van Poesjkin’s brein. Hij heeft met Jevgeni Onegin alles gegeven: klassieke Griekse mythologie, Romeinse dichters, de westerse schrijvers en dichters, Russische folklore, psychologisch inzicht, humor, satire, glitter en glamour; alles loopt ogenschijnlijk moeiteloos in elkaar over en maakt een fascinerend en betoverend geheel.

Ik heb voor deze serie gebruik gemaakt van de volgende (referentie) werken:

Eugene Onegin in translations by James Falen, Roger Clarke and Vladimir Nabokov

Nabokov’s Commentary on Eugene Onegin

Pushkin’s Tatiana – Olga Peters Hasty

An illustrated and annotated Russian edition of Eugene Onegin

Through the magic crystal to Eugene Onegin – Leslie O’Bell

The author – narrator’s stance in Onegin – J.Thomas Shaw

The muse and the demon in the poetry of Pushkin, Lermontov and Blok – Pamela Davidson

Tekst en foto’s © Elisabeth van der Meer 2020

De Jevgeni Onegin Uitdaging – Bonus post: Onegin als demon

Een extra blogpost waarin ik de relatie tussen Poesjkin’s gedicht Een Demon en Jevgeni Onegin uiteen zet.

Ik wilde Poesjkin’s gedicht Een Demon oorspronkelijk voor de conclusie bewaren, maar omdat er best veel over te vertellen en filosoferen valt, heb ik er een aparte post van gemaakt.

Het gedicht ‘Een Demon’

Het gedicht is geschreven in de herfst van 1823, toen Poesjkin net een paar maanden met Jevgeni Onegin bezig was. De relevantie van het gedicht voor Jevgeni Onegin wordt duidelijk in hoofdstuk 8. De eerste vier woorden van hoofdstuk 8 zijn letterlijk hetzelfde als de eerste vier woorden van het gedicht: ‘В те дни, когда’, in de Falen vertaling ‘in days when’, letterlijk ‘in die dagen toen’. In stanza 12 refereert hij direct naar dit gedicht en linkt Onegin aan de demon: ‘or even Demon of my pen’ en in de volgende regel ‘Eugene, (to speak of him again)’.

In het gedicht wordt een nog jonge, pure en idealistische dichter (Poesjkin) bezocht door een demon. Deze demon zaait twijfel in het hart van de dichter en drijft de spot met al het goede en mooie waar de dichter in gelooft. Hij is dat stemmetje in je hoofd dat zegt ‘Waarom zou je dat schrijven? Een ander kan dat beter. Waarom zou je er dan aan beginnen?’, kortom de veroorzaker van het welbekende uitstelgedrag en writer’s block. Tegenover de demon staat muze, die juist inspiratie en motivatie brengt. Gelukkig voor ons heeft Poesjkin zijn demon overwonnen en is hij blijven dichten en schrijven.

De Dichter – Muze – Demon Driehoek

Je zou kunnen zeggen dat Jevgeni Onegin een uitwerking (of verwerking) van het dichter-muze-demon idee is: de dichter is de verteller / Poesjkin of Lenski; de muze is de muze van de verteller / Poesjkin en Tatjana; en Onegin is de demon.

Poesjkin gaat ervan uit dat zijn lezer bekend is met zijn andere werk en zijn privéleven. De hint die hij geeft door hoofdstuk 8 beginnen met dezelfde woorden als het gedicht, zal door de lezer van toen zijn opgepikt: de demon (Onegin) komt eraan. Alleen komt nu eerst de muze weer aan bod en verschijnt Onegin pas later. Zeven prachtige stanza’s lang prijst Poesjkin zijn muze; een duidelijk teken dat de muze de demon verslagen heeft en dat zij nu de dichter’s trouwe metgezel is.

Onegin is op een bepaald moment in zijn jeugd gedesillusioneerd en verveeld geraakt (1:38). Dat spreekt de verteller, die in een soortgelijke fase zit (1:45) (mogelijk aangestoken door Onegin (1:46)), aan, en de twee worden vrienden. Om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur zijn ze van plan om op reis te gaan, maar door de dood van zijn oom kan Onegin niet mee en de verteller gaat alleen. De verteller vindt weer inspiratie, terwijl bij Onegin de verveling opnieuw toeslaat. Nu raakt de naïeve Lenski bevriend met Onegin. Dat gaat lang goed, maar Lenski brengt het slechtste in Onegin naar boven, zo erg dat hij Lenski doodt, zoals voorspeld in de droom van Tatjana.

Met Lenski heeft Poesjkin een soort alter ego gecreëerd; een gestileerde jonge versie van zichzelf, nog vol van dichterlijke idealen, maar ook gemeenplaatsen. Zelfs zijn muze, Olga, is te voorspelbaar: ‘But glance in any novel – you’ll discover her portrait there; it’s charming, true; I liked it once no less than you, but round it boredom seems to hover’ (2:23). Hij laat Lenski de negatieve impact van de demon, Onegin, opvangen en offert hem uiteindelijk op aan de demon.

De naïeve Lenski herkent Onegin niet als demon en laat zich van de wijs brengen door Onegin. Hieruit blijkt zijn onvermogen om te groeien als dichter. Daar komt nog bij dat zijn keuze voor Olga als muze te voor de hand liggend is. Dus moet hij als jonge dichter sterven.

Onegin verdient Tatjana niet omdat hij geen dichter is en dus ook geen muze verdient, en vanwege hij zijn onvermogen om over zijn fase van imitatie en negativiteit heen te groeien. Dat hij uiteindelijk toch in staat bleek verliefd te worden, is niet genoeg.

De muze, Tatjana, overwint. Onegin blijft verslagen achter en zij kan met opgeheven hoofd weglopen (8:48). En zo heeft Poesjkin van de demon een muze gemaakt en werd een meesterwerk geboren.

*****

Ik hoop jullie zondag te zien voor de grande finale!

Voor deze post heb ik gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

Through the magic crystal to Eugene Onegin – Leslie O’Bell

The author – narrator’s stance in Onegin – J.Thomas Shaw

The muse and the demon in the poetry of Pushkin, Lermontov and Blok – Pamela Davidson

Het gedicht A Demon werd vertaald door James Falen

Tekst en foto’s © 2020 Elisabeth van der Meer