De Jevgeni Onegin Uitdaging – Hoofdstuk 4

9C6A55CE-EC03-4B4B-95C5-5351BB4E52CA_1_201_a

Tatjana was de tuin ingevlucht toen ze Onegin aan hoorde komen. Wat zou zijn reactie zijn op haar brief? Poesjkin liet ons in spanning achter en ook nu laat hij ons nog even ongeduldig wachten. 

Vrouwen

De eerste zes stanza´s zijn in de uiteindelijke versie uit 1833 weggelaten omdat Poesjkin inmiddels getrouwd was en hij daarin nogal openhartige over zijn relaties met vrouwen praat. In stanza’s 7-11 worden Onegin’s ideeën over vrouwen beschreven. Zijn talloze veroveringen blijven van beide kanten vrij van oprechte gevoelens.

Zijn reactie

Tatjana’s oprechtheid verbaast hem dus en de brief zet hem zelfs even aan het denken. Maar uit de eerste zin van zijn antwoord blijkt al dat hij haar brief verkeerd begrepen heeft: Tatjana schreef “I’m writing you this declaration – what more can I in candour say?” en zijn antwoord is “You wrote to me. Do not deny it”. Bijna een beschuldiging! Arme Tanja. Er volgt een monoloog waarin Onegin uitlegt waarom hij nooit wil trouwen, dat zijn gevoelens voor haar platonisch zijn, en hij waarschuwt haar dat ze voorzichtig moet zijn met zulke brieven. Tanja luistert stil en met tranen in haar ogen naar zijn preek. 

Misverstanden

Onegin ging er ten onrechte vanuit dat Tanja met hem wilde trouwen. We hebben net gelezen wat zijn referentiekader is; hij gelooft niet in huwelijks geluk, alsof hij dat wil bewijzen, heeft hij affaires me getrouwde vrouwen. Hoewel hij Tanja aantrekkelijk vindt, zou hij geen schandaal willen veroorzaken door een affaire met haar te beginnen. Hij kan de brief dus niet anders verklaren.

Tanja heeft een totaal ander referentiekader; het huwelijk van haar ouder is een dagelijkse sleur waarin (noch waarbuiten) van passie geen sprake is. De liefde die zij voor Onegin voelt is de liefde die ze uit haar boeken kent. De brief was geen huwelijksaanzoek; het was een uiting van de hevige gevoelens die zich van haar meester gemaakt hadden. De brief was niet aan Onegin gericht, ze kende Onegin nauwelijks, maar aan haar romantische held, die haar zou begrijpen als geen ander. Maar Onegin begrijpt haar al net zo min als haar njanja. 

De kans dat Onegin gelijk heeft als hij zegt dat een huwelijk tussen hen niet zou werken is aanzienlijk groter dan de kans dat Tatjana hem zou kunnen laten inzien dat er ook oprechte liefde en geluk kan zijn.

Contrast

Tatjana is verdrietig en gedesillusioneerd. Ze kwijnt weg. Des te groter is het contrast met haar stralende zus Olga. Stanza’s 25-34 beschrijven de gelukkige verlovingstijd van Olga en Lenski. Zo bleek als Tatjana is, zo rozig is Olga. Zo gedesillusioneerd als Onegin is, zo optimistisch is Lenski.

Poesjkin’s oude njanja 

Van Lenski die zijn gedichten voorleest aan Olga gaan we in stanza 35 naar de verteller, die zijn gedichten bij gebrek aan beter aan zijn oude njanja voorleest. Volgens Nabokov is de conclusie die we geneigd zijn te trekken uit deze aandoenlijke strofe onjuist: Poesjkin heeft hoofdstuk 4 geschreven tussen oktober 1824 en januari 1826. In die periode was hij verbannen naar zijn landgoed Michailovskoje, waar Arina Rodionovna, de vroegere njanja van Poesjkin’s zus, nu de huishoudster was. Hoewel Poesjkin wel degelijk van haar hield, en zij hem wel degelijk geïnspireerd heeft met haar sprookjes, is het onwaarschijnlijk dat hij haar voorlas uit zijn werk. Bovendien waren volgens Nabokov de dienstmeisjes doodsbang voor haar en keek ze regelmatig te diep in het glaasje. 

Alles lijkt goed te gaan

En Onegin? Die begint het plattelandse leven nog leuk te vinden ook. Hij gaat elke ochtend zwemmen in zijn Hellespont, hij zwerft rond, drinkt koffie en wijn en heeft een affaire met een boerenmeisje. In de winter past hij zijn activiteiten aan aan de omstandigheden en hij lijkt tevreden*. Lenski komt op een avond bij hem dineren en nodigt hem uit voor Tatjana’s naamdag. Lenski is vrolijk, hij kijkt uit naar zaterdag en over twee weken gaat hij trouwen.

 

*Het beeld dat Poesjkin hier schetst is sterk autobiografisch. De Hellespont is geen referentie naar de Griekse mythe, maar naar Byron, die de Hellespont (Dardanellen) overzwom in 1810.

**Er wordt aan twee Tolstoj’s gerefereerd in hoofdstuk 4: de kunstenaar Fjodor Petrovitsj (30) en ‘de Amerikaan’ Fjodor Ivanovitsj. Beide familie van Lev. In stanza 19 heeft Poesjkin het over roddels. Er ging een gerucht dat Poesjkin een pak slaag had gekregen in St Petersburg voordat hij werd verbannen in 1820. Poesjkin trok zich dat zo erg aan dat hij zelfs aan zelfmoord dacht, en waarschijnlijk heeft hij er ook een duel om gehad in 1820, vlak voordat hij naar de Kaukasus vertrok. Tijdens zijn reis kwam hij er achter dat dit gerucht verspreid was door de Amerikaan. De Amerikaan, een volle neef van Lev’s vader, was een ervaren duellist en valsspeler. Dolochov uit Oorlog en Vrede stamt van hem af en ook Zaretski, die we later in Jevgeni Onegin tegen zullen komen. Ik heb hier al eens eerder over hem geschreven. Waarschijnlijk was het een soort wraakactie omdat Poesjkin hem van valsspelen had beschuldigd. Vanaf het moment dat Poesjkin dit wist, was hij van plan om bij de eerstvolgende gelegenheid de Amerikaan uit te dagen voor een duel. Zes jaar lang oefent hij met schieten en draagt hij een ijzeren staaf rond om zijn hand te trainen. Een buurman zag Poesjkin in 1825 met strohoed, rode boerenkiel en ijzeren staaf. In september 1826 zien ze elkaar eindelijk en Poesjkin daagt de Amerikaan uit. De secondanten slagen echter in hun poging tot verzoening en het duel wordt afgeblazen.

*****

Hoofdstuk 5 staat gepland voor 26 april:

Tekst en foto © Elisabeth van der Meer 2020

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s