De Jevgeni Onegin Uitdaging – Bonus post: Onegin als demon

Een extra blogpost waarin ik de relatie tussen Poesjkin’s gedicht Een Demon en Jevgeni Onegin uiteen zet.

Ik wilde Poesjkin’s gedicht Een Demon oorspronkelijk voor de conclusie bewaren, maar omdat er best veel over te vertellen en filosoferen valt, heb ik er een aparte post van gemaakt.

Het gedicht ‘Een Demon’

Het gedicht is geschreven in de herfst van 1823, toen Poesjkin net een paar maanden met Jevgeni Onegin bezig was. De relevantie van het gedicht voor Jevgeni Onegin wordt duidelijk in hoofdstuk 8. De eerste vier woorden van hoofdstuk 8 zijn letterlijk hetzelfde als de eerste vier woorden van het gedicht: ‘В те дни, когда’, in de Falen vertaling ‘in days when’, letterlijk ‘in die dagen toen’. In stanza 12 refereert hij direct naar dit gedicht en linkt Onegin aan de demon: ‘or even Demon of my pen’ en in de volgende regel ‘Eugene, (to speak of him again)’.

In het gedicht wordt een nog jonge, pure en idealistische dichter (Poesjkin) bezocht door een demon. Deze demon zaait twijfel in het hart van de dichter en drijft de spot met al het goede en mooie waar de dichter in gelooft. Hij is dat stemmetje in je hoofd dat zegt ‘Waarom zou je dat schrijven? Een ander kan dat beter. Waarom zou je er dan aan beginnen?’, kortom de veroorzaker van het welbekende uitstelgedrag en writer’s block. Tegenover de demon staat muze, die juist inspiratie en motivatie brengt. Gelukkig voor ons heeft Poesjkin zijn demon overwonnen en is hij blijven dichten en schrijven.

De Dichter – Muze – Demon Driehoek

Je zou kunnen zeggen dat Jevgeni Onegin een uitwerking (of verwerking) van het dichter-muze-demon idee is: de dichter is de verteller / Poesjkin of Lenski; de muze is de muze van de verteller / Poesjkin en Tatjana; en Onegin is de demon.

Poesjkin gaat ervan uit dat zijn lezer bekend is met zijn andere werk en zijn privéleven. De hint die hij geeft door hoofdstuk 8 beginnen met dezelfde woorden als het gedicht, zal door de lezer van toen zijn opgepikt: de demon (Onegin) komt eraan. Alleen komt nu eerst de muze weer aan bod en verschijnt Onegin pas later. Zeven prachtige stanza’s lang prijst Poesjkin zijn muze; een duidelijk teken dat de muze de demon verslagen heeft en dat zij nu de dichter’s trouwe metgezel is.

Onegin is op een bepaald moment in zijn jeugd gedesillusioneerd en verveeld geraakt (1:38). Dat spreekt de verteller, die in een soortgelijke fase zit (1:45) (mogelijk aangestoken door Onegin (1:46)), aan, en de twee worden vrienden. Om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur zijn ze van plan om op reis te gaan, maar door de dood van zijn oom kan Onegin niet mee en de verteller gaat alleen. De verteller vindt weer inspiratie, terwijl bij Onegin de verveling opnieuw toeslaat. Nu raakt de naïeve Lenski bevriend met Onegin. Dat gaat lang goed, maar Lenski brengt het slechtste in Onegin naar boven, zo erg dat hij Lenski doodt, zoals voorspeld in de droom van Tatjana.

Met Lenski heeft Poesjkin een soort alter ego gecreëerd; een gestileerde jonge versie van zichzelf, nog vol van dichterlijke idealen, maar ook gemeenplaatsen. Zelfs zijn muze, Olga, is te voorspelbaar: ‘But glance in any novel – you’ll discover her portrait there; it’s charming, true; I liked it once no less than you, but round it boredom seems to hover’ (2:23). Hij laat Lenski de negatieve impact van de demon, Onegin, opvangen en offert hem uiteindelijk op aan de demon.

De naïeve Lenski herkent Onegin niet als demon en laat zich van de wijs brengen door Onegin. Hieruit blijkt zijn onvermogen om te groeien als dichter. Daar komt nog bij dat zijn keuze voor Olga als muze te voor de hand liggend is. Dus moet hij als jonge dichter sterven.

Onegin verdient Tatjana niet omdat hij geen dichter is en dus ook geen muze verdient, en vanwege hij zijn onvermogen om over zijn fase van imitatie en negativiteit heen te groeien. Dat hij uiteindelijk toch in staat bleek verliefd te worden, is niet genoeg.

De muze, Tatjana, overwint. Onegin blijft verslagen achter en zij kan met opgeheven hoofd weglopen (8:48). En zo heeft Poesjkin van de demon een muze gemaakt en werd een meesterwerk geboren.

*****

Ik hoop jullie zondag te zien voor de grande finale!

Voor deze post heb ik gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

Through the magic crystal to Eugene Onegin – Leslie O’Bell

The author – narrator’s stance in Onegin – J.Thomas Shaw

The muse and the demon in the poetry of Pushkin, Lermontov and Blok – Pamela Davidson

Het gedicht A Demon werd vertaald door James Falen

Tekst en foto’s © 2020 Elisabeth van der Meer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s